
Hij heeft gewonnen een Nobelprijs voor de literatuur en die verdient hij. Ik heb verschillende boeken van hem gelezen, dus ik weet waar ik het over heb. En ik erken dat er literaire meesterwerken tussen zitten. Waarvoor geldt dat sommige even grandioos als onverteerbaar zijn, zoals “Herfst van een Patriarch”, boek dat in slechts enkele – vele pagina’s lange – zinnen vertelt over het einde van een dictator. Gewéldig boek, met een uniek huwelijk tussen vorm en inhoud.
Mario Vargas Llosa. Niet zo maar een schrijver. Nee, geëngageerd. Of, méér nog, behalve schrijver ook politicus. Veel mensen weten dat wel, dat Vargas Llosa als Peruaans presidentskandidaat verloor van Fujimori. Maar wie is die politicus Vargas Llosa?
Hoewel hij in zijn jonge(re) haren vooral blijk gaf van gematigd linkse sympathieën, begon Vargas Llosa zijn politieke carrière als liberaal. In 1983 was hij voorzitter van een onderzoekscommissie naar de moord op 8 journalisten onder verdachte omstandigheden. De commissie concludeerde dat het leger niets met de moordpartij te maken had. Maar een paar jaar later werd er wel een generaal voor veroordeeld.
Na het mislukte avontuur van de presidentsverkiezingen verhuisde Vargas Llosa naar Madrid. Toen Fujimori dreigde hem de Peruaanse nationaliteit te ontnemen, was Spanje er als de kippen bij om hem de Spaanse nationaliteit te verlenen. Daarmee vertelt de titel van het artikel van de Volkskrant van afgelopen week, Nobelprijs literatuur naar Peruaan Mario Vargas Llosa.
De jaren daarna hield Vargas Llosa zich politiek meer op de achtergrond. Totdat hij zich in 2007 onverwachts aanwezig was bij de oprichting van de Spaanse Unión, Progreso y Democracia van ex-socialiste Rosa Díez.
De UPyD is een partij die vooral populair is bij de extreem-rechtse media, wat niet verbaast daar hij erg lijkt op de Nederlandse PVV met als voornaamste verschil dat bij Wilders de moslims het Grote Kwaad zijn en bij Díez de “nationalisten”. Net als de PVV heeft de UPyD een “ideologie” die een mengsel van populistische linkse, rechtse en kroegpraatachtige oneliners is, waarbij het natuurlijk vooral gaat om het verdedigen van de eenheid van de Spaanse natie en de Spaanse taal. Niet- of anti-nacionalistisch, zo noemen ze zich graag.
De laatste keer dat Vargas Llosa in de politieke schijnwerpers stond was een klein jaartje later, toen hij een van de drijvende krachten was achter het “niet-nationalistische” Manifiesto en Defensa del Castellano, ook genoemd het Manifest for a Common Language in Spain. We kunnen er idiote zinnen in lezen als:
It is the citizens, not the territories and certainly not the languages, who have linguistic rights. Therefore: the citizens that speak any of the co-official languages of Spain have a right to choose, in their Autonomous Communities , to be educated and be addressed to by the public institutions in any of these languages but said languages do not have the right to coerce citizens into speaking them, neither have these languages the right to impose themselves as the priority option in education, information, store signage, institutions, etc. – in detriment of the Spanish language – let alone trying to hide such a form of linguistic discrimination under treacherous terms such as ” linguistic normalization”.
Bent u er nog? Heeft u ooit gelezen over talen die zichzelf opdringen? Volgens de “niet-nationalistische” “intellectueel” Vargas Llosa gebeurt het in Spanje. Hij verdedigt in ieder geval de tekst die stelt dat het gebeurt.
Bovengenoemd manifest werd in juni 2008 met een grote campagne van het rechtse dagblad El Mundo gelanceerd. Het werd een gigantische mislukking: van de 45.000.000 Spanjaarden hebben er nog geen 150.000 het manifest ondertekend. Van Vargas Llosa hebben we sindsdien niet veel politiek nieuws gezien.
Het is opmerkelijk dat zo’n grote en veelzijdige schrijver tegelijkertijd zo’n armoedige politicus kan zijn.